4. Interpretatie

Wat ik nu ga doen is not done volgens de meeste literatuuropvattingen. Het personage Rudolf Herter heb ik in het vorige hoofdstuk beschouwd als een mens in de romanwerkelijkheid. Een mens die leeft, denkt, praat, sterft. Zoals ik een mens ben in deze essaywerkelijkheid. Zoals Harry Mulisch een mens is in de werkelijkheid. Zoals Jochen Schoofs een mens is in de werkelijkheid. Soms komen de verschillende werkelijkheden in zeer hoge mate overeen. Soms lijken verschillende mensen uit verschillende werkelijkheden zeer veel op elkaar. Een voorbeeld hiervan is de grote gelijkenis van de ik uit deze essaywerkelijkheid met Jochen Schoofs uit de werkelijkheid. De gelijkenis tussen de romanwerkelijkheid van het boek Siegfried en de werkelijkheid is zeer groot. Zo groot zelfs dat wat in die romanwerkelijkheid is gebeurd, ook in de werkelijkheid gebeurd zou kunnen zijn.[1. De overeenkomsten zijn zelfs zo groot dat het niet ondenkbaar is dat wat Rudolf Herter gebeurt ook Harry Mulisch gebeurd zou kunnen zijn. Waarom zou de schrijver Mulisch geen eed kunnen hebben gezworen bij een echtpaar Falk? Het is hoogstonwaarschijnlijk, maaar zoals Herter zegt, niet onmogelijk, al zullen de meeste mensen diegene die beweert, wat ik hier suggereer, onmiddellijk in een tehuis laten opnemen en op dezelfde zaal laten verblijven als de man die beweert Nero te zijn, degene die zegt Napoleon te zijn, degene die gelooft dat hij Stalin is en degene die ervan overtuigd is dat hij Hitler is, de zoon van het Niets.] De overeenkomsten tussen de schrijver in de romanwerkelijkheid en de schrijver van de romanwerkelijkheid zijn ook zeer groot. Vanaf nu zal ik dan ook Herter en Mulisch als waren zij eenzelfde persoon behandelen. Het is Harry Mulisch die daarvoor zelf min of meer de aanleiding geeft (ook al leeft de een en is de ander dood):

Ik dacht. ik maak er maar een zelfportret van. Al klopt het ook weer niet helemaal natuurlijk, want Herter sterft aan het eind van het boek en ik zit hier nog.[2. Uit: ‘Hitler is ver voorbij de schuld’]

En even verder in hetzelfde artikel:

Want ik wás in Wenen, ik héb die lezing gegeven, ik héb de ambassadeur ontmoet.[3. Uit: ‘Hitler is ver voorbij de schuld’]

Daarnaast zijn er de gegevens in de roman die een overeenkomst tussen Herter en Mulisch doet vermoeden; het is immers een zelfportret. De levensloop van de twee mannen komt in grote mate overeen; het zijn slechts de details waarin de twee van elkaar verschillen. Hun namen zijn anders, evenals die van de mensen in hun omgeving. De romans die ze hebben geschreven, hebben net iets andere titels. En natuurlijk is Herter dood in tegenstelling tot Mulisch. Nu ik romanwerkelijkheid en werkelijkheid gelijkgesteld heb, levert dit natuurlijk wel de volgende vraag op: wat wil dat dan in hémelsnaam zeggen?
StudentenlevenStudentenlevenMulisch legt in zijn roman een aantal verbanden in de tijd. Het geestelijke verval van Nietzsche in combinatie met de verwekking van Hitler is al genoemd. Zo zijn er meer overeenkomsten. Siegfried is namelijk geboren tijdens de ‘Reichskristallnacht’, negen november. Op diezelfde negen november was in 1918 de Duitse keizer afgedankt, in 1923 Hitlers poging de macht te grijpen in München mislukt en in 1989 de Berlijnse Muur gevallen.[4. Siegfried, pag. 114] De datum negen november speelt blijkbaar een grote rol. Ook zijn er bepaalde periodes met een gelijke lengte: zowel Hitler als Nietzsche werden 56 jaar; Hitler is 12 jaar aan de macht, even lang als het geestelijk verval van Nietzsche heeft geduurd.
Herter is in 1999 in Wenen:

Toen zij door de openschuivende deuren in de aankomsthal kwamen, keken zij tegen een lange rij omhooggehouden bordjes en papieren aan: Hilton Shuttle, Dr. Oberkofer, IBM, Frau Marianne Gruber, Philatelie 1999…[5. Siegfried, pag. 9]

Als we wat preciezer zijn: in november 1999:

Het was druk, de lage novemberzon maakte de wereld fel en precies;[6. Siegfried, pag. 11]

Nog exacter: op een dinsdag, een woensdag en een donderdag in november 1999 is Rudolf Herter in Wenen.[7. Siegfried, pag. 10: Morgenochtend waren er interviews met drie vooraanstaande dag- en weekbladen, dan lunch bij de ambassadeur en ‘s avonds de lezing. Donderdag had hij de tijd volledig voor zichzelf.] Op de kalender van 1999 is te zien dat er in november dat jaar vijf dinsdagen waren: op twee, negen, zestien, drieëntwintig en dertig november. Weer komt die datum negen november terug. Het is natuurlijk niet zeker dat Herter op negen november 1999 in Wenen was. Zesenzestig jaar (bijkans het getal van de duivel) nadat Hitler aan de macht is gekomen, sterft Herter. Wellicht twee dagen na die beruchte negen november.
De overeenkomsten tussen de verschillende data zoals Mulisch die presenteert in Siegfried zijn voorspellingen met terugwerkende kracht. In hoeverre geldt voor de toekomst wat ook voor het verleden geldt? Wat willen deze getallen nu zeggen voor de werkelijkheid? Dat Harry Mulisch op negen november 1999 is gestorven. Nee, de geschiedenis bewijst het tegendeel. Dat zesenzestig jaar nadat Hitler aan macht kwam, het raadsel Hitler is opgelost. Dat zou kunnen. Maar hoewel Herter het over het getal van het Beest heeft, lijkt mij dat niet van toepassing.[8. Siegfried, pag. 114] De duivel speelt met betrekking tot het fenomeen Hitler mijns inziens namelijk geen enkele rol. De duivel behoort immers tot het Zijn, niet tot het Niets. Het getal zesenzestig laat ik dus buiten beschouwing.

Andere belangrijke getallen in de Niets-theorie zijn de getallen twaalf en zesenvijftig. In 1933 komt Hitler aan de macht. Zijn heerschappij duurt twaalf jaar, tot en met 1945, waarna de wereld van de Tweede Wereldoorlog in de Koude Oorlog wordt gestort. Hitlers invloed op de wereld is dus met name te merken in de periode tussen 1933 en 1989, gedurende zesenvijftig jaar. In het jaar 1989 viel namelijk de Berlijnse Muur en kwam er een einde aan de Koude Oorlog. De dreiging van vernietiging van de wereld was voorbij. Het Zijn had alsnog een overwinning op het Niets bereikt. Vanaf de val tot de Berlijnse Muur op negen november 1989 tot negen november 2001 is precies twaalf jaar. Wat zou er dan op negen november 2001 kunnen gebeuren? Analoog aan de dood van Rudolf Herter in de romanwerkelijkheid, leek het mij niet onwaarschijnlijk dat Harry Mulisch op die datum zou sterven, of op zijn minst zou aankondigen met pensioen te gaan. Het overlijden van de schrijver Mulisch in dat laatste geval. Het Niets zou dan degene die het Niets een plaats gaf in de geschiedenis hebben vernietigd. Echter op die negende november 2001 ging nog Harry Mulisch dood, noch kondigde hij zijn pensioen aan. Om de romanwerkelijkheid aan de werkelijkheid te verbinden met dit idee, was dus nutteloos. Totdat ik naar de verschillende manieren van datumnotatie ging kijken.
Wij zijn gewend eerst de dag te noteren, bijvoorbeeld negen; vervolgens de maand, bijvoorbeeld elf; en als laatste het jaar, bijvoorbeeld 2001. Dit wordt als volgt weergegeven: 09-11-2001. In de Verenigde Staten wordt echter een ander systeem gehanteerd, namelijk maand-dag-jaar. Dan blijkt de dag waarop onder andere twee vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden, er op papier als volgt uit kan zien: 09-11-2001. Een datum die dan perfect past binnen Herters Niets-theorie. Te ver gezocht? De woorden van Herter spoken door mijn hoofd:

En wanneer houdt toeval op, toeval te zijn?[9. Siegfried, pag. 173]

Evenals de woorden van Harry Mulisch:

Maar wanneer houdt toeval op toeval te zijn?[10. Uit: ‘Alles klopt altijd bij Hitler’]

Blijf ik bij deze interpretatie dan wil dat dus zeggen dat Osama Bin Laden een nieuwe personificatie van het Niets zou kunnen zijn. Dat zou kunnen. Voor mijn eigen gevoel acceptabeler is de verklaring dat Nietzsche, Heidegger, Otto en anderen het bij het juiste eind hadden, als zij spraken over het Zijn en het Niets. In combinatie met Nietzsches besef dat alles wat gebeurt, reeds eindeloos vaak eerder is gebeurd en nog eindeloos vaak herhaald zal worden, zijn de terroristische aanslagen van elf september 2001 een illustratie van de immer doorgaande strijd tussen het Zijn en het Niets. Het heeft geen zin om die strijd te proberen te stoppen, omdat het Zijn en het Niets zijn als de polen van een magneet. Sterker nog: die strijd kán niet gestopt worden en is er de oorzaak van dat er een blijvende tegenstelling is in de wereld tussen goed en kwaad.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *