Het glas moet wel

Wanneer ik voor de derde keer de linkerpagina in mijn boek niet geregistreerd heb maar wel al aan de rechter begin, leg ik me erbij neer. Deze dag is nog niet rijp genoeg voor een boek. Ik bedenk mij wat te doen om vandaag op gang te helpen.

De omstandigheden zijn gemaakt van perfecte clichés. Een lievelingsliedje op de radio. Een zon net zo ontluikend als de lente zelf aan het eind van de winter. Het dorp lijkt collectief besloten te hebben vandaag uit te slapen. Het klinkt hier als de weg naar het kasteel van Doornroosje, alleen geluiden van dieren en de koekoeksklok van de buurman wanneer ik op de wc zit.

Ik kijk door het keukenraam naar buiten. Een vogel pikt in het halfvergane onkruid dat ik heb laten liggen toen ik vorig jaar voor het laatst iets deed. Een rat rent door mijn tuin, denk ik. Het zou net zo goed een ontsnapt huisknaagdier van een van de buren kunnen zijn. Het verschil is zachtjes iew of ahhh zeggen.

Ondertussen heeft deze dag nog steeds een kleine kickstart nodig – een trapstart want ik wil klimmen en zocht naar mijn moedertaal – en ik twijfel tussen nu eerst nog een zoveelste koffie, of een douche en mijn tanden poetsen. Mijn overwegingen smaken naar de overgang van langzaam wakker worden naar koffie en scherp zicht.

Ik kies voor de koffie en druk op een knopje om de machine op te warmen.

Op tafel staat een verzameling gebruikt servies van de avond (een glas en een theeglas) en de ochtend (een schaaltje voor de yoghurt met banaan). Geen koffiekopje. Evenmin op de vensterbank, de andere tafel, de kast, op de grond, naast de tafel. Soms zet ik zonder reden een leeg glas op de vloer, tegen de tafel aan, dichtbij een hoek. Het glas moet wel contact maken met de tafel.

Ik ga in de vaatwasser op zoek naar mijn kopje. Ik verwachtte het daar niet aan te treffen, maar op het aanrecht stond het ook al niet. Ik trek het bovenste rek naar me toe. Er zit eenzelfde soort kopje in als ik een uur geleden uit de kast heb gepakt. Ik bekijk de koffieresten aan de binnenzijde en ga er met mijn wijsvinger overheen. Nat. Vandaag nog gebruikt, concludeert de stem die deze ochtend voor mij deduceert tot een behapbare serie handelingen die niet bingewaardig zijn maar wel moeten gebeuren. Ik pak een schoon kopje uit de kast.

Ik ben het kopje niet kwijt.

Ik heb vandaag geleerd dat een gebruikt kopje, indien van de tafel of het aanrecht gepakt, nóg een keer gebruikt kan worden. Van het kopje in de vaatwasser is gezegd dat het klaar is. Vaak met als reden de willekeur. Morgen weer een dag.

Meer?


Dit bericht is oorspronkelijk verschenen op Substack.

Lees het originele artikel op Substack
Abonneer je op mijn Substack-nieuwsbrief