Filmzaal 6

Terwijl ik mijn glas bier in de daarvoor bedoelde houder probeer te zetten (het past niet) trekt een man, drie stoelen verderop, zijn schoenen uit. Nog geen minuut hiervoor heeft eerst hij, en daarna de vrouw naast hem, zacht gezucht toen ik me tussen hun benen en de stoelen voor hen door manoeuvreerde. Het lef waarmee ik me over hun perceel (rij F, stoel 4 en 5) naar mijn perceel (rij F, stoel 7) begaf. Ik overweeg het aan de rijdende rechter voor te leggen. Volgens mij heb ik recht van overpad.

De man legt zijn voeten op de armleuningen van de stoelen voor hem en de vrouw aait met haar rechterhand over zijn linkerbovenbeen. Ik had dit aandoenlijk willen vinden. De voeten rusten een poosje op de armleuningen. Totdat een heel lange man en heel kleine vrouw er plaats nemen.

“Sorry, maar”, begint de bovenbeen aaiende vrouw. De lange man draait zich om. Hij verontschuldigt zich voor zijn lengte: “We kunnen misschien wel een plaatsje opschuiven.”

Ik zie nu dat de vrouw helemaal niet zo klein is. De man neemt in de stoel voor mij plaats. “Heel fijn”, zegt de bovenbeen aaiende vrouw alsof de lange man een tiran is die zojuist heeft afgezien van genocide plegen en zij de VN. De lange man vraagt of ik geen last van hem heb. Ik schud mijn hoofd. Ik kan het volledige scherm zien. “En u heeft een heel mooi achterhoofd. Jammer dat u het zelf waarschijnlijk alleen af en toe bij de kapper ziet.”

Het zaallicht is weer aan. De aftiteling is al ver voorbij de hoofdrolspelers. Ik sta op en wil de filmzaal verlaten maar ik moet even wachten tot de man zijn schoenen weer heeft aangedaan. Het strikken van de veters blijkt zo eenvoudig niet.

Deze tekst is gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

Uit respect voor de betrokkenen zijn de stoelnummers verzonnen.

Het recht van overpad is nooit aangevochten.

Je had deze tekst ook in je mailbox kunnen krijgen. Voor gratis.


Dit bericht is oorspronkelijk verschenen op Substack.

Lees het originele artikel op Substack

Abonneer je op mijn Substack-nieuwsbrief