De beschrijving van Hitler[1. Het gaat hier om de volgende definitie: een bundel predikaten zonder subject. Dit is zeker een logisch probleem, zoals door Herter wordt gezegd. Echter, ik heb het eerder een taalkundige definitie genoemd omdat de elementen waaruit de definitie bestaat, zijn ontleend aan de taalkunde. In mijn analyse ging het op dat moment nog niet om een filosofische dan wel theologische verklaring van Hitler. Vandaar dat ik toen het ‘logisch probleem’ buiten beschouwing heb gelaten.], die ik eerder omschreef als een taalkundige definitie, noemt Herter een logisch probleem. Aan de hand van dit logische probleem komt Herter tot een soortgelijk, maar evenwel precies tegengesteld, logisch probleem van Pseudo-Dionysius Areopagius. In zijn negatieve theologie is God een subject zonder predikaten.[2. Siegfried, pag. 157] God is alles, het Zijnde, en daarmee te groot om iets over te zeggen. Over Hitler kan van alles gezegd worden, maar hij is niets. Dit ‘niets’ is niet nieuw, maar wordt door verschillende filosofen al aangekondigd.[3. Ik gebruik hier het begrip ‘aangekondigd’ omdat Herter met zijn theorie de komst van het fenomeen Hitler voorspelt, zij het met terugwerkende kracht. Van een echte voorspelling is dus geen sprake, maar het zou voorspeld kunnen zijn.] Kierkegaard schreef over Nero dat die een raadsel was voor zichzelf, en dat zijn wezen angst was. daarom wilde hij voor iedereen een raadsel zijn en zich verheugen in hun angst.[4. Siegfried, pag. 157] Voor Hitler zou dan een zelfde soort formulering kunnen worden opgesteld: Hitler was het Niets voor zichzelf, en zijn wezen was niets: daarom wilde hij alles en iedereen vernietigen en zich verheugen in het niets dat zou overblijven. Hitler wordt nu in de roman dus vergeleken met Nero, terwijl Herter eerder in de roman zei dat Hitler verschilde van andere despoten, zoals Nero, Napoleon of Stalin.[5]]Siegfried, pag. 93] Dit verschil tussen Hitler enerzijds en de genoemde despoten anderzijds zat daarin dat Nero, Napoleon en Stalin weliswaar demonische wezens waren, maar in ieder geval wezens. Hitlers wezen bestond juist uit het ontbreken van een wezen.
Kierkegaard zei ook dat het Niets de angst baart.[6. Siegfried, pag. 157] Daarmee wordt een essentieel verschil tussen Nero en Hitler duidelijk gemaakt. Je zou kunnen zeggen dat hetgeen waarvoor Nero angst had, is, wat Hitler was. De filosoof Heidegger keerde de stelling van Kierkegaard om: niet het Niets báárt de angst, maar de angst ópenbaart het Niets. Dit is misschien als volgt te concretiseren: de crisis van de jaren ‘30, in die tijd kwam Hitler aan de macht, zorgde voor angst voor de toekomst. Deze angst, die in grote delen van de wereld heerste, openbaarde in Duitsland het nationaal socialisme met Hitler als dirigent. Terug naar de filosoof, Heidegger zei over dit Niets ook dat “in het Zijn van het zijnde het nietigen van het Niets” geschiedt.[7. Siegfried, pag. 157] Herter gaat nog verder met interpretaties van het Niets die filosofen als Heidegger, Kierkegaard en Sartre geven, maar dat zijn ‘slechts’ andere of uitgebreidere verklaringen van het fenomeen Hitler. Ook komt nog de paradox van het getal nul aan bod.[8. Siegfried, pag. 158: ‘… [In de wiskunde] is het paradoxale getal nul maar liefst een natuurlijke getal, dat door vermenigvuldiging elk ander getal vernietigt. In de wiskunde nult de nul, – de nul is de Hitler onder de getallen…’] Maar het gaat mij hier niet meer om een verklaring van wát Hitler was; het is nu zaak, zoals ik al eerder zei, om het wáárom van Hitler aan te duiden. Daartoe volgen we Herter die verder gaat met Friedrich Nietzsche.
Geef een reactie