verhaaltjes

Het zijn veelal korte verhalen die Jochen schrijft. Niet alles is echt gebeurd maar soms wel een beetje.

  • De winter ging voorbij en de sneeuw begon te smelten. Steeds grotere druppels drupten door het dak naar binnen en werden ononderbroken waterstralen. In de zomer zou het zonlicht zijn. Read more

  • Op het balkon

    Japanse conducteurs zouden deze trein nog veel voller kunnen stoppen. Read more

  • Peaky Blinders

    “Maar whatever. Peaky. Blinders. We zijn de fokking Peaky Blinders! De jasjes, jongen. En ik zei je dat we die petjes op moesten zetten!” Read more

  • Tweelingen

    Altijd als ik een tweeling zie, kan ik niet anders dan denken dat ze misschien niet zijn wie ze dachten te zijn. Read more

  • De geur is penetrerend en het voelt alsof mijn neusgaten verkracht worden door de zure lucht die verspreid wordt door twee mannen in de bus. Ik wilde dat ik een beter mondmasker had. Read more

  • Wintertijd

    In plaats van de klok te verzetten, kunnen we beter de tijden veranderen. Ik zeg het je als je tegenover me zit. Ik zwijg veelbetekenend en knik als je iets wil zeggen. Je zoekt de juiste woorden maar je vindt ze niet. Read more

  • Er zit niemand achter de kassa en de man achter mij zegt dat we het waarschijnlijk gratis mee mogen nemen. Hij tetrist de pakken melk, brood, chips, pastasaus, bananen, blikjes fanta, zilvervliesrijst, vaatwasblokjes, koffie en diepvriesgroenten tussen de beurtbalkjes in. Read more

  • Een eindje voor me uit zitten twee vogels naast elkaar op het pad. Ze kijken uit over het water. Terwijl ik steeds dichterbij kom, draait de dichtstbijzijnde vogel zijn kop in mijn richting. Hij zakt kort door zijn poten en lijkt aanstalten te maken om te gaan vliegen. Toch blijft hij zitten. Read more

  • No one bites the dust

    Op het ritme van het baslijntje van Another one bites the dust liep ik mijn rondje: dè-duh-dub-dub-dub, t-dup-dup-dup-t-dup. Read more

  • Die middag ging ik van college terug naar huis. Of school en lessen volgen, zoals ik het – niet ten onrechte – bleef noemen. Als gewoonlijk sloot de trein net niet aan op de bus. Ik twijfelde even wat te doen. De stad in voor een kop thee en een avondkrant, of naar Z. Read more