Hardlopen

Een eindje voor me uit zitten twee vogels naast elkaar op het pad. Ze kijken uit over het water. Terwijl ik steeds dichterbij kom, draait de dichtstbijzijnde vogel zijn kop in mijn richting. Hij zakt kort door zijn poten en lijkt aanstalten te maken om te gaan vliegen. Hij blijft zitten.

De vogel draait zijn kop in de richting van de vogel naast hem. Dan kijkt hij weer naar mij. Beide vogels zakken kort na elkaar door hun pootjes en even lijkt het erop dat ze hun vleugels uitslaan. Ze blijven op hun plek.

Beide vogels zien me steeds dichter naderen. Nog een meter of vijf. Dan zakken ze opnieuw door hun poten en veren op. Tegelijkertijd. Volledig synchroon klapwieken ze een paar keer. Ze zijn nog geen twee meter van de grond als ze hun vleugels volledig spreiden en zich mee laten voeren door de wind. Ze zweven op ooghoogte een wijde bocht om even verderop in het gras te landen. Hun bewegingen zijn zo op elkaar afgestemd dat synchroonspringers in het olympisch zwembad er jaloers op zouden zijn. Het is een kunstje dat gek genoeg pas indruk op ons maakt als we het stuntvliegers zien doen. Maar dan zonder het oorverdovende lawaai. De gekleurde rook waarmee straaljagers hun sporen achterlaten aan de hemel hebben zij niet nodig. Ze kijken me na terwijl ik voorbijloop.

“Dat menspersoon lijkt wel voorbij te vliegen”, zegt de ene vogel. “Zo sierlijk als die mensen kunnen lopen terwijl wij slechts een beetje op en neer kunnen huppen.”

Ik veeg wat zweet van mijn voorhoofd.

De andere vogel lacht. “They all got wings”, zegt hij. “But some of them don’t know why.”


Dit bericht is oorspronkelijk verschenen op Substack.

Lees het originele artikel op Substack
Abonneer je op mijn Substack-nieuwsbrief